Posts tonen met het label online journalistiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label online journalistiek. Alle posts tonen

dinsdag 9 juni 2009

Gratis informatie op het internet is een illusie



Zowel de dollar als de euro zijn gevallen in Medialand: de gratis aangeboden informatie op het internet betaalt zich niet terug. Door de advertentiecrisis is het quasi onmogelijk gebleken voor een onlinenieuwssite om winst te maken. Bereid u voor om te betalen voor uw dagelijkse portie nieuws.

De afgelopen jaren zijn alle nieuwsmedia massaal op het internet gesprongen. Niet alleen kranten, maar ook tijdschriften en radio- en televisiezenders. Niemand wilde de boot missen. De boot van multimedia, interactiviteit en snelheid. Wat een service voor de lezers! En allemaal gratis! Want via advertenties worden alle kosten ruimschoots terugverdiend. En dus werden bij verschillende media hele kranten elke dag opnieuw online geplaatst. Maar nu blijkt dat de inkomsten uit de advertentiemarkt hoegenaamd niet genoeg zijn om een website winstgevend te maken, integendeel. Als de adverteerders niet betalen voor de journalistieke content die online geplaatst wordt, dan zullen het anderen moeten zijn: de lezers.

Je kan je afvragen hoe je mensen zover wil krijgen dat ze gaan betalen voor iets dat ze al jaren gewoon zijn om gratis te krijgen. Daarover breken ondertussen heel wat mediabonzen overal ter wereld en ook in Vlaanderen zich het hoofd over. In het verleden hebben mensen wel geleerd om bijvoorbeeld te betalen voor water in een fles of om naar het toilet te gaan of om bagage mee te nemen op het vliegtuig. Maar toch, mensen zijn het gewoon om gratis nieuws te consumeren. Niet alleen op het internet, maar ook via tv, via radio en via een heleboel gratis kranten. Een oplossing is er beter vandaag dan morgen.

Het beste voorbeeld daarvoor is de Scandinavische mediagroep Schibsted. Nog niet zolang geleden werd Schibsted als ‘het mirakel van Noorwegen’ beschouwd omdat het bedrijf erin slaagde winst te maken met gratis kranten en websites. De CEO Kjell Aamot speelde heel erg slim in op de komst van de nieuwe media. Hij kocht na het succes van gratis kranten als Metro zelf twee versies van de gratis krant 20 minuten op, één in Zwitserland en één in Keulen. Hij bood in de krant en op de website hapklaar nieuws aan en slaagde erin winst te maken door zogenaamde classified ads. Dat zijn job-, vastgoed-, en zoekertjes-advertenties. Aamots project viel de afgelopen maanden echter helemaal uiteen. De inkomsten uit advertenties bleken helemaal niet overeen te komen met wat voorzien was en het bedrijf moet nu zwaar besparen. Ook werd al duidelijk dat in het hoofdkantoor in Oslo minstens 25 jobs zouden sneuvelen. Ondertussen hebben verschillende studies al aangetoond hoe moeilijk het is om winst te maken met een website voor onlinenieuws. Per lezer die je hebt voor bijvoorbeeld je papieren krant, moet je 15 lezers naar je website lokken en dat is simpelweg onrealistisch.

Het is duidelijk dat de stroom aan gratis journalistieke content op het internet niet kan aanhouden en sommige hebben dan ook al een belangrijk initiatief genomen. Vooral financiële kranten hebben een betalingswijze ingevoerd voor hun websites, kijk maar naar de Financial Times of The Wall Street Journal. Die laatste, eigendom van mediamagnaat Rupert Murdoch, is zelfs één van de weinigen die een winstgevende website hebben. Op die site is maar een zeer kleine selectie aan artikels gratis te lezen. Wie ook andere stukken wil lezen, moet daarvoor 2 dollar per week betalen en op dit moment heeft de krant 900.000 betalende abonnees. Het lijkt erop dat Murdoch dit model in de toekomst ook gaat toepassen op zijn andere kranten, zoals bijvoorbeeld The Times en The Sun in Groot-Brittannië.

Interessant is een project in Frankrijk van Edwy Plenel, een ex-directeur van Le Monde. Hij startte ondertussen iets meer dan een jaar geleden met een apart project op het internet: Mediapart. Plenel was onlangs in De Morgen heel duidelijk als het gaat over de overvloed aan gratis journalistieke content op het internet: “Het overaanbod aan al die gratis informatie heeft ons vak gedevalueerd. Maar de zeepbel van de gratis media staat op ontploffen. Over twintig jaar zal men terugkijken en beseffen dat in de voorbije jaren een grote fout gemaakt werd.” En dus biedt Plenel op Mediapart journalistieke content aan tegen betaling. Klik hier voor een beargumenteerde uiteenzetting van Plenel over de meerwaarde van zijn webmagazine. Mediapart is een internetmagazine, het verschijnt dus niet op papier. Met Mediapart heeft Plenel zijn project helemaal weggehaald van de traditionele journalistieke waarden. Geen papier, geen distributie, geen vastgeroeste gewoontes en vorm en geen deadlines. Zijn redactie bestaat uit 25 journalisten die zich mogen bezighouden met eender welk onderwerp en op gelijk welke manier. De journalisten werken zonder deadline: je werkt aan een artikel en als het af is, zet je het online. Ze moeten ook in staat zijn om verschillende formats te hanteren. Leent een onderwerp of persoon zich beter om een visueel interview te doen, dan is het de bedoeling een camera mee te nemen en het gesprek op te nemen. Blijkt een onderwerp heel interssant, mag de journalist er gerust tien pagina’s aan wijden. Er zijn geen beperkingen. Alles is mogelijk. Enige voorwaarde is dat het verhaal verder gaat dan de traditionele media en dat het dus een meerwaarde is voor de lezer. Want die moet betalen, negen euro per maand voor een abonnement. Maar bovenop alle journalistieke content kan de abonnee dan ook beschikken over zijn eigen blog. Op die manier maken de abonnees mee het magazine tot wat het is. Bovendien dienen zich op die manier vaak nieuwe onderwerpen aan voor de redacteurs. De doelstelling was om na een jaar 20.000 abonnees te hebben, dat zijn er uiteindelijk 15.000 geworden, maar Mediapart haalt ook een deel van zijn inkomsten uit de verkoop van artikels aan andere websites en aan ministeries, bedrijven, bibliotheken en universiteiten. Plenel schat dat zijn webmagazine eind 2011 winstgevend zou moeten zijn.

In België is het voorlopig windstil over de journalistieke content op het internet. Maar achter de schermen is men er ook hier mee bezig. De eerste om de stap naar betalen voor informatie te zetten, is De Tijd en L’Echo. Vanaf september moet je daar betalen voor de juiste informatie over de evoluties op de nationale en internationale beurzen. Ook de andere kranten, van De Persgroep, Corelio, Concentra en Roularta, denken na over een verschuiving van wat gratis is online en wat niet. Daarbij wordt nagedacht over een abonneemodel zoals dat het geval is bij The Wall Street Journal of Mediapart ofwel over een systeem van micropayments waarbij de lezer zou betalen – een aantal eurocent – per artikel dat hij wil lezen. Vergelijkbaar met iTunes voor muziek. Voorlopig is het nog afwachten wat de Vlaamse media zullen ondernemen, ondertussen kan u nog even genieten van een gratis krant op de trein en de hele dag updates van het nieuws online.

Seppe Verbist

dinsdag 19 mei 2009

Internet als exponent van de democratie

De tijd dat persbedrijven nieuwsberichten monopoliseerden, ligt reeds geruime tijd achter ons. Nieuwe spelers zoals radio en televisie hebben er immers voor gezorgd dat de consument zich op de markt kan begeven met een zeker comfort aan selectie: diverse kanalen en bronnen kunnen aangeboord worden om de behoefte aan nieuwsvoorziening tegemoet te komen. De opkomst van internet was een nieuwe stap in die burgerlijke vrijheid van nieuwsselectie en –publicatie. De wereld is meer dan ooit een dorp geworden.

Nieuwsfeiten grossieren tegenwoordig in toegankelijkheid: ze zijn overal en van iedereen. In deze context krijgen online journalisten een nieuwe rol toebedeeld: webredacteurs worden informatiebemiddelaars. In die rol kunnen zij opnieuw nuttig zijn voor burgers die in een online samenleving actief willen deelnemen aan het democratisch proces. Nergens meer dan in die virtuele gemeenschap beheerst het volk informatie.

De nieuwe werkelijkheid komt hard aan voor ‘traditionele’ media. Zij zijn niet meer de belangrijkste brengers van amusement of reclame. Het virtuele beest dat in menig mens los is gebroken, heeft er zelf voor gezorgd dat de sociale functie van oude media wordt overgenomen door ontmoetingssites waar de burger een tweede, denkbeeldig, leven leidt. Krantenadvertenties en landelijke debatingclubs maken geleidelijk plaats voor elektronische communes.

Andere nieuwsrol

Een van de voornaamste voordelen die internet als nieuwsmedium inhoudt, is permanente actualiteit. Het is niet gebonden aan tijd- of ruimtebarrières en kan zo op elk moment van de dag nieuws aanbieden die meteen beschikbaar is. Daarnaast worden nieuwsberichten op het web doorgaans omkaderd door beeld en geluid waardoor bestaande radio- en tv-omroepen hun unieke karakter hebben moeten inleveren. Ondanks het gegeven dat internet in vergelijking met de originele media nog steeds inferieure kwaliteit aanbiedt, hebben radio en televisie hun dwingende karakter verloren en een andere, in vele gevallen secundaire, nieuwsrol (gericht op entertainment) meegekregen.

Ook de krantenindustrie moet buigen voor de veelzijdigheid van het wereldwijde web. Jongere generaties groeien op in een wereld waar ‘nieuws’ steeds minder van een papieren drager wordt gelezen. Diverse krantenbedrijven hebben op deze evolutie gereageerd met het aanbieden van hun product via een website, waarmee de oude ambachtelijke journalistiek definitief verloochend lijkt.

E-democracy

Ondanks de alomtegenwoordigheid van internet en online journalistiek blijft het romantische beeld van traditionele media overeind. Ze hebben aan uniciteit ingeboet, maar blijven deel uitmaken van het leven van de burger. Eén van de redenen waardoor die burger aangezet wordt tot een intense beleving op het internet, is de mogelijkheid om zelf journalist te spelen. Via allerhande platformen en weblogs kan de consument zich verplaatsen in de rol van nieuwsbrenger. Burgers lijken gemakkelijker sociaal engagement aan te gaan als ze zich kunnen schuilen achter een anoniem scherm. Vooral als zij zich kunnen inzetten voor verkiezingen en gerichte acties op sociaal-maatschappelijk terrein blijken burgers de e-democracy te omhelzen. Journalistiek en burgerschap kunnen in het internettijdperk op vruchtbare wijze bij elkaar komen.

(gebruikte bron: rug.nl)

Jonas Debaveye

maandag 9 maart 2009

De Standaard online in nieuw interactief jasje

De website van De Standaard is grondig vernieuwd. De klassieke lay-out heeft plaatsgemaakt voor een overzichtelijk en strak ontwerp. Lezers kunnen vanaf nu ook direct reageren op een artikel.

Het nieuwe ontwerp is van de hand van Mark Boulton, die eerder al aan de slag ging voor de BBC en voor British Airways. De website oogt sober en strak. De navigatiebalk verhuisde van de linkerkant naar boven. Rechts kan de lezer bladeren tussen de meest recente, meest gelezen en meest aangeraden artikelen. Lezers kunnen op artikelen stemmen om ze in de top 5 van de meest gelezen berichten te krijgen. Volgens hoofdredacteur Peter Vandermeersch ligt de nadruk door het nieuwe ontwerp nog meer op nieuws.

De vernieuwing van de website is meer dan een nieuwe look. Ook inhoudelijk verandert er heel wat: het gedeelte opinies werd opgewaardeerd en lifestyle kreeg een prominente plaats. Ook Standaard.biz verandert zowel vormelijk als inhoudelijk.

De lezer krijgt door de restyling meer inbreng. Het was al enkele maanden mogelijk om artikels op facebook te delen, maar vanaf nu is het ook mogelijk om online te reageren. Daarmee volgt De Standaard het voorbeeld van HLN.be. Om te kunnen reageren, moet je wel geregistreerd zijn. Waarschijnlijk voor velen een brug te ver.

Foto’s en video’s krijgen meer aandacht in het nieuwe ontwerp. Op de homepagina staat een overzicht van de interessantste filmpjes en in de nagivatiebalk werd de categorie ‘in beeld’ toegevoegd. Jammer genoeg kon de server het aantal bezoekers niet aan en konden we dit gedeelte van de website nog niet verkennen. Ook de knop ‘lees later’ onder de artikelen leek ook nog niet te werken, maar waarschijnlijk biedt het een mogelijkheid om berichten in een persoonlijk archief te plaatsen.

Het is spijtig dat De Standaard de kans aan zich voorbij laat gaan om de website nog meer cachet te geven. Er zijn nog te veel artikelen die rechtstreeks uit de krant komen. Vooral ’s morgens worden artikelen onbewerkt op het net gegooid. Door hier een mouw aan de passen kan De Standaard online zich pas echt profileren als dé webkrant.

(Michiel Tijskens)