Posts tonen met het label snelheid van berichtgeving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label snelheid van berichtgeving. Alle posts tonen

woensdag 11 maart 2009

"Journalists are not where it happens"

De internationale media zijn lang niet zo ‘alomtegenwoordig’ als ze zelf graag laten uitschijnen. Volgens Brits onderzoeksjournalist Nick Davies vertrouwen de meeste nieuwsredacties bijna blindelings op de telexen die ze krijgen van persbureaus als Reuters en AP. Lijnrecht daartegenover staat de burgerjournalistiek, die steeds populairder wordt, maar volgens tegenstanders nefast is voor de kwaliteit van het nieuws. De stichters van Rue89 en Demotix lijken er iets op gevonden te hebben: zij combineren op hun websites gewoon het beste van twee werelden.

Demotix bestaat nog maar sinds januari 2009, maar telt nu al 3.500 geregistreerde burgers uit meer dan 90 landen wereldwijd. Zij zorgen voor beeldmateriaal (foto’s en/ of video’s) bij het nieuws; en dat kan gaan van internationale conflicten tot een plaatselijk verkeersongeval. De eigenaars van Demotix controleren de beelden en verkopen ze vervolgens aan de regionale, nationale of zelfs internationale media. De maker van de beelden krijgt 50% van de winst. Een win-winsituatie dus.
Op de website kan iedereen aan de hand van het verworven beeldmateriaal het nieuws volgen. Je kiest zelf de regio en het soort nieuws waarvan je op de hoogte wil blijven.
De stichters, Turi Munthe en Jonathan Tepper zijn duidelijk overtuigd van het nut van hun website: “Journalists are not where it happens. Everyone is copying the newswires.” (op onlinejournalismblog.com).

Een ander voorbeeld van een harmonieus huwelijk tussen citizen-journalism en de professionele pers, is Rue89. Deze website werd in 2007 opgericht door vier journalisten van de Franse krant ‘Le Libération’. Zij voelden dat ze langzaam maar zeker het vertrouwen van de lezer aan het verliezen waren en besloten een transparante nieuwsgemeenschap op te starten. Op Rue89 wordt het nieuws gemaakt door een combinatie van 1) professionele journalisten die alles checken vooraleer het online gaat, 2) een groep specialisten die hun ongezouten mening geven en 3) de ‘gewone’ surfer die niet alleen kort kan reageren, maar ook artikels, links en audiovisuele bestanden kan versturen. Oftewel: nieuws voor en ècht door mensen, onafhankelijk van om het even wie en wat.

De mensen achter deze websites geloven sterk in de kwaliteit en mogelijkheden van onlinenieuws en beweren dat snelheid zeker niet de belangrijkste factor is.
Maar geldt dat ook voor onze Vlaamse nieuwssites? En baseren zij zich ook vooral op de informatie die ze van persbureaus krijgen? Ik sprak met Kevin Van Der Auwera, webredacteur bij Knack.be.

Wat zijn jullie voornaamste nieuwsbronnen?
“Uiteraard persbureaus als Belga en Reuters. Verder checken wij ook regelmatig de websites van o.a. De Redactie, BBC en CNN. Die informatie wordt niet zomaar overgenomen, wij doen zelf ook nog extra research en proberen zo voor eigen inbreng te zorgen. Door tijdsgebrek gebeurt het wel eens dat we een bericht van Belga kopiëren, maar nooit zonder het eerst te checken.”

Hoe belangrijk is snelheid? Moet de juistheid van de informatie daar soms onder lijden?
“In onze job is snelheid natuurlijk heel belangrijk. Juistheid… Tja, het gebeurt wel eens dat we iets heel snel online zetten en daarna de tekst nog moeten aanpassen: kleine foutjes, iets vervolledigen,… Maar we zullen er altijd voor zorgen dat er geen zware fouten op onze site staan. We zijn zeker en vast voorzichtiger dan sommige andere Vlaamse nieuwssites. Als we de gekregen informatie niet accuraat genoeg vinden, gaan we toch eerst op zoek naar andere bronnen. We zullen dan misschien niet de allersnelste zijn, maar wel de snelste met de juiste informatie en dat is zeker ook niet onbelangrijk.”

Wat bepaalt voor jullie of iets nieuwswaardig is?
“Dat hangt er een beetje van af, daar is moeilijk een lijn in te trekken. Nieuws uit de buurlanden wordt sneller opgepikt dan kleine voorvalletjes in een ander werelddeel. Het moet de Vlaming aanbelangen, hem interesseren. Of er beeldmateriaal voorhanden is of niet, maakt op zich niet uit. Als we de mogelijkheid hebben, zullen we zeker een filmpje plaatsen, maar de inhoud primeert nog altijd.”

Wat vind je van initiatieven als Demotix? Denk je dat Knack.be ooit een beroep zal doen op burgerjournalistiek?
“Momenteel maken we geen gebruik van dat soort diensten, maar het is zeker mogelijk dat dat in de toekomst wel zou gebeuren. Als we op die manier betere beelden kunnen krijgen, waarom niet? Zelf vind ik het alleszins een goed initiatief. Al is en blijft het natuurlijk belangrijk om de juistheid van de informatie te checken.”

(HV)

maandag 9 maart 2009

Opzij, opzij, opzij, we hebben ongelooflijke haast...

(Naar aanleiding van een opiniestuk gepubliceerd in De Morgen, zie http://www.mediakritiek.be/blog/2009/02/instant_media_versus_vliegtuigongevallen.html)

Geert Sciot van Brussels Airlines maakte zich terecht druk in de oppervlakkige berichtgeving over de ramp met een vliegtuig van Turkish Airlines op Schiphol. Vanuit zijn standpunt is het onmiskenbaar quatsch wat in de uren en dagen na rampzalige gebeurtenissen verteld wordt in de media. Zijn voornaamste bekommernis is de technische waarheid bovenhalen, wars van alle andere factoren. Sciot heeft het ons inziens dan wel over de traditionele media. Nieuwe media worden vooralsnog met de nodige scepsis benaderd en zijn hem dan ook geen doorn in het oog.

De 'oude' media daarentegen handelen vanuit een even dwingende logica. Berichtgeving over schokkende gebeurtenissen is voor hen - in navolging van de snellere nieuwe media - een bestaansreden geworden. Het publiek wil en het publiek krijgt. Jammer genoeg dragen de traditionele media in dit soort kwesties ook het kwaliteitslabel mee dat ze overhouden aan andere soorten berichtgeving. Live vanuit de Wetstraat of vanuit het Jan Breydel-stadion zijn de dingen een stuk minder technisch en dus minder vatbaar voor fouten. Bovendien gaat rampjournalistiek al snel over tientallen verschillende soorten gebeurtenissen en zijn de experts onder journalisten logischerwijze op één hand te tellen.

Men kan zich dan ook de vraag stellen wat de waarde is van dat soort journalistiek. Wat is het nut van een hoop ongefundeerde gissingen die door de experts ter zake waarschijnlijk met één opmerking van tafel kunnen worden geveegd? Het lijkt ons dat Sciot dicht bij de waarheid komt met de term 'bladvulling'. Zowel zendtijd als krantenpagina's worden gevuld met mooie statistiekjes, technische tekeningen en kaarten. En als die bladvulling achteraf allemaal naast de kwestie blijkt te zijn geweest dan kraait geen haan daar nog naar. Dat is extra jammer aangezien de traditionele media - meer dan de nieuwe - in bulk door de massa worden geconsumeerd en voor waar worden aangenomen.

Wat is nu de oplossing voor dit vraagstuk? Traditionele media - die de stempel 'kwaliteit' willen blijven dragen - hebben twee opties: ofwel berichten ze over door experts ter zake (!) onderbouwde veronderstellingen, ofwel onthouden ze zich van commentaar. Aangezien de eerste optie door praktische belemmeringen onhaalbaar lijkt en de tweede oplossing niet in dank zou worden afgenomen door de steeds meer eisende lezers/kijkers krijgen we een soort tussenoplossing die er geen is: (te) snelle berichtgeving met (pseudo)-experts. Enig verzachtende omstandigheid is dat het wel degelijk een moeilijke evenwichtsoefening is voor de traditionele media, zeker gezien het opbod in een concurrentiëel medialandschap.

De oplossing voor de paradox bestaat echter al: de nieuwe media. Voorstanders van nieuwe media als nieuwe betrouwbare pijler van de journalistiek zullen het niet graag horen (al is er diversificatie mogelijk tussen verschillende soorten nieuwe media), maar alvast voorlopig staan die bekend om twee dingen: de ongelooflijke snelheid waarmee bericht kan worden, en de onbetrouwbaarheid van hun berichtgeving. Laat dit nu net de gedroomde kenmerken zijn van rampberichtgeving: snelheid en de (gezien de hoge techniciteit) onmogelijk eenduidig correcte conclusies. Het publiek wéét dat het slechts een opeenstapeling mogelijke scenario's voor zich krijgt en stelt zich dan ook terecht weerhoudend op.

Concluderend kunnen we stellen dat nieuwe media een handige aanvulling kunnen zijn op het huidige media-aanbod. Het biedt traditionele media de kans zich terug te trekken en hun geloofwaardigheid te behouden, zonder de publieke schreeuw om constante berichtgeving onbeantwoord te laten. Traditionele media kunnen zich beperken tot: "We kennen de oorzaak nog niet en we moeten wachten want er zijn honderden mogelijke scenario’s". Op die manier beantwoorden ze ook aan de vraag van hun publiek: objectieve en (enigszins) geloofwaardige berichtgeving die ophoudt waar speculatie begint. Nieuwe media daarentegen kunnen een ander segment van de markt bedienen: meer dan geïnteresseerde betrokkenen en amateur-experts, die met de nodige terughoudendheid kijken naar die berichtgeving, zich bewust van de voordelen (snelheid en veelheid) en de nadelen (onbetrouwbaarheid).

(Jef Van Hoofstat & Kristof Vanderhoeven)