donderdag 11 juni 2009

Youtube ziet het groots

Het televisievriendelijke alternatief voor Youtube heet Youtube XL en wordt bekeken vanuit de luie zetel

Goed nieuws voor wie Youtube wekelijks afstruint in de hoop een glimp op te vangen van de Britse huishoudster/zangeres Susan Boyle. De lamme arm en pijnlijke ogen die met deze actie gepaard gaan behoren vanaf nu tot het verleden. De makers van Youtube pakten immers uit met Youtube XL , een gebruiksvriendelijk alternatief voor het televisiescherm. De naam verraadt het al: Youtube XL moet het in de eerste plaats hebben van zijn grootte. Dankzij de variabele breedte kunnen videofilmpjes op de meest uiteenlopende schermen bekeken worden. Filmpjes kunnen ook in high definition bekeken worden, al blijft dit aanbod binnen Youtube voorlopig nog beperkt. Youtube XL is ook nog steeds te bekijken op het internet, maar dit alternatief biedt de kijker weinig of geen meerwaarde.

Andere internetbeleving

Op het eerste zicht oogt Youtube XL als een DVD menu: aan de linkerkant van het scherm prijkt een menubalk en de centrale ruimte werd gereserveerd voor videofilmpjes. Met zijn grote letters en knoppen is het platform visueel erg aantrekkelijk. Youtube XL kan gemakkelijk bediend worden met een bluetooth afstandsbediening of met een mobiele telefoon, wanneer die uitgerust is met het programma Gmote.

De werkwijze van Youtube XL blijft dezelfde als die van zijn oudere broertje. Net zoals bij de gewone Youtube kies je video’s uit de bestaande collectie en kan je die ook in je volledige scherm bekijken. "Youtube XL is eigenlijk gewoon Youtube met een nieuwe skin. Ze geeft je wel een compleet andere ervaring ", aldus de productmanager van Youtube Kuan Yong.

Luie zetel

Het codewoord is hier gebruiksvriendelijkheid: Youtube XL is vooraleerst gemakkelijk te hanteren vanuit de luie zetel, met een blikje bier of een chipszak in de andere hand. De interface werd overzichtelijker gemaakt door sociale functies zoals opinies en aanbevelingen weg te laten. Wie een abonnement heeft op Youtube kan wel nog steeds eigen video’s toevoegen. Opvallend is dat ook de advertenties zonder pardon van het scherm verdwenen zijn. Nu de beginpagina zich niet langer in de lengte uitstrekt, hoeft scrollen dus ook niet meer. Verder heeft Youtube XL nog een nieuwigheidje in petto: door de continuous play functie kan je meerdere video’s na elkaar laten afspelen.

Concurrentiestrijd


De consument die al over een televisietoestel met ingebouwde internetaansluiting beschikt kan onmiddellijk afstemmen op Youtube XL, zonder daarvoor andere software te moeten installeren. Wie een moderne spelcomputer zoals Wii, Xbox of PS3 in huis heeft, beschikt vaak ook al over een ingebouwde internetverbinding. Andere gebruikers kunnen hun computer met een internetkabel vastkoppelen aan hun televisiescherm.

Met dit nieuwe initiatief vecht Youtube een strijd om de huiskamer uit met concurrenten zoals Boxee en Hulu. Deze mediaspelers kwamen al eerder op het idee om videofilmpjes zowel voor het computer- als voor het televisiescherm te produceren.

Scralan Thoonen

woensdag 10 juni 2009

“We zijn een nieuw tijdperk ingeslagen”

Virtuele windtunnel is baanbrekend in het wielrennen.

Na anderhalf jaar onderzoek heeft Topsport ABC een computerprogramma ontwikkeld, dat van onschatbare waarde kan zijn voor de Belgische wielrenners. Deze nieuwe technologie berekent de aerodynamische kenmerken van een renner in slechts een uur tijd. De virtuele windtunnel is dan ook een heuse wereldprimeur op het vlak van de sportwetenschap en de ICT.

Topsport ABC (Topsport Advies- en Begeleidingscentrum) is al jaren een topper op het vlak van wetenschappelijk onderzoek in de sport, maar nu is het goed op weg om in het wielrennen de absolute wereldtop te halen. Al vijftien jaar wordt er in Leuven wetenschappelijk onderzoek verricht naar het optimaliseren van trainingen voor het leveren van sportieve topprestaties. Want wanneer we het hebben over topbegeleiding en topprestaties is de wetenschap natuurlijk nooit ver weg. Topsport ABC is dan ook ontstaan in de schoot van de faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen van de KU Leuven. Een team van academici dat meer en meer de vruchten begint te plukken van hun expertise en een intensieve samenwerking met de faculteit Bouwkunde.

“Na anderhalf jaar onderzoek hebben we een technologie ontwikkeld, waardoor we een nieuw tijdperk zijn ingeslagen. De virtuele windtunnel laat ons toe om te allen tijde de prestatiebepalende factoren van een wielrenner doelgericht te evalueren”, zegt professor Hespel van Topsport ABC. “De informatie die we uit de simulatie kunnen afleiden, is van goudwaarde voor de renner. We kunnen zijn ideale positie op de fiets bepalen, waarop de luchtweerstand het laagst is en zijn prestatievermogen het hoogst. Bij hoge snelheid op een vlak parcours of op de piste wordt de prestatie in belangrijke mate mee bepaald door de luchtweerstand. De aerodynamische kenmerken van de renner zijn dus cruciaal.”

Computersimulatie
Vroeger maakten de toprenners gebruik van een windtunnel om de aerodynamica te verbeteren, maar windtunnels zijn vaak nauwelijks beschikbaar voor wielrenners. De oorzaak ligt bij de permanente bezetting door andere industriële toepassingen en de zeer hoge kostprijs. “Bovendien geeft de windtunnel geen informatie over de precieze oorzaken van de luchtweerstand en evenmin over een mogelijk verlies van pedaalkracht”, merkt Hespel op. De beperkingen van de windtunnel liggen dus aan de basis van het huidige wetenschappelijk project. “Ons systeem kan via een computersimulatie en dus onafhankelijk van een windtunnel de aerodynamische kenmerken evalueren. De meerwaarde voor de renner is dus dat hij slechts voor een relatief korte tijd beschikbaar moet zijn. Bovendien wordt aerodynamisch advies zo meer toegankelijk.”

Deze technologie is trouwens niet alleen goed nieuws voor renners, maar op termijn ook voor atleten in andere sportdisciplines waarin aerodynamica een prestatiebepalende factor is. “Bijna alles wat we hier doen, wordt afgerekend op z’n relevantie voor de sport”, merkt Hespel nog op. Laten we dus maar hopen dat de Belgische topsport en in het bijzonder het wielrennen er wel bij vaart.

Metris
De virtuele windtunnel is een project dat is ontstaan door de expertise op drie niveaus: Topsport ABC stond in voor de sportieve kennis, de faculteit Bouwkunde leverde een bijdrage op het vlak van de aerodynamica en Metris zorgde voor de technische en praktische omzetting. Die laatstgenoemde, het beloftevolle Leuvense meettechnologiebedrijf Metris, doet vooral onderzoek naar ontwikkeling en ontwerp van 3D hardware en software voor de bouwindustrie. Vorige week kwam het nog in de actualiteit door een overnamebod van het Japanse bedrijf Nikon. Op de brede markt zag Metris zijn aandelenkoers daardoor meer dan verdubbelen.


door Kenny Hennens

Bing, de nieuwe zoekmachine van Microsoft: regelrechte innovatie, of storm in een glas water?

Computergigant Microsoft lanceerde op 3 juni 2009 zijn nieuwste zoekmachine onder de naam Bing. In maart was al een premature versie uitgelekt die de wat vreemd klinkende naam Kumo droeg. De makers zien Bing echter niet als een traditionele zoekmachine zoals pakweg Google of Yahoo. Zij spreken liever van een ‘beslissingsmachine’. Het is de bedoeling van Microsoft om de gebruiker een verbeterde versie van de reeds bestaande Live Search zoekmachine te bieden, en de concurrentie met marktleiders Google en Yahoo aan te gaan. Wat is er nu nieuw onder de zon, en komt het monopolie van Google ook daadwerkelijk in het gedrang?

Als het van Microsoft zelf afhangt alvast wel. Het bedrijf spaart kosten noch moeite en trekt een slordige 100 miljoen dollar uit voor de promotie van zijn nieuwste project. Volgens welingelichte bronnen zal Microsoft zijn pijlen niet expliciet richten op Google of Yahoo tijdens de reclamecampagne. In plaats daarvan zal de softwaregigant het idee proberen te verspreiden dat de huidige zoekmachines niet beantwoorden aan de noden van de mensen. In tegenstelling tot de traditionele zoekmachines, kan Bing overweg met directe, gerichte vragen zoals: ‘Wat is het hoogste gebouw ter wereld?’. Daarnaast wil het de gebruiker ook helpen met het beantwoorden van meer open vragen. Bing probeert daarom te raden wat je precies wil weten. De resultaten worden niet noodzakelijk weergegeven op basis van relevantie, maar worden eerder in categorieën geplaatst. Bovendien is het niet de bedoeling om zoveel mogelijk zoekresultaten weer te geven. Bing voelt aan welke richting de gebruiker uit wil, en filtert automatisch de meest relevante resultaten.

De nieuwste parel aan de kroon van Microsoft lijkt over een aantal niet te onderschatten troeven te beschikken. Toch is het nog maar de vraag of het in staat zal zijn de strijd aan te gaan met het zo ingeburgerde Google, dat momenteel over een marktaandeel van 60 procent beschikt. De afgelopen jaren hebben immers wel meer bedrijven geprobeerd Google het vuur aan de schenen te leggen. Zoekmachines als Ask.com en Cuil.com zijn er voorlopig echter niet in geslaagd de marktleider ook maar enigszins in het nauw te drijven. Bovendien blijven de leukste nieuwe features van Bing voorlopig enkel in de Verenigde Staten beschikbaar, aangezien de aanpassing aan de lokale behoeften een bijzonder grote opdracht is. De volledige Belgische versie zal dus nog een tijdje op zich laten wachten.

Lars Buijsrogge

De spelcontroller van de toekomst: the Peregrine, een nieuwe dimensie voor de Multi User Dungeons




De Peregrine is een spelcontroller, in de vorm van een handschoen, die sensors bevat. Het kan gebruikt worden bij ieder computer spel. De ingebouwde usb stick verbindt met de computer en zo kan het toetsenbord en de muis perfect vervangen worden. De fabriek die de handschoen verkoopt, Iron Will Technologies vraagt zo’n 130 dollar per handschoen. Zoals alle high-tech hangt er een duur prijskaartje aan.
Gaming zit al jaren in de lift en de technieken gaan erop vooruit. Misschien kunnen jullie je de eerste spelconsoles herinneren. Zoals de msx, waar spelletjes, mini video’s eigenlijk, via een gleuf in het toetsenbord geïnjecteerd moesten worden. Een beetje later huppelde dan spelfiguurtjes rond, precies opgebouwd uit legoblokjes. Er bleek al gauw dat er een grote markt was voor spelcomputers en Sega en Nintendo gingen de strijd met elkaar aan. De Sega 16 bit versus de super Nintendo. Zover een vleugje nostalgie. Tegenwoordig worden de markten overrompeld met spelcomputers. Playstation heeft al verschillende modellen op de markt gebracht en de Wii en Xbox zijn ons ook niet onbekend. Nu lanceert Microsoft project Natal op de markt die nog een stapje verder gaan.

De Peregrine is dus de uitkomst van een evolutie die al jaren aan de gang is. Welke de volgende stap is in de virtuele wereld van het gamen is dan nog maar de vraag. Vandaag de dag slagen we er al in een volledige wereld na te bouwen, weliswaar virtueel. Kijk maar naar World of Warcraft en Second Life.
De prille onderzoeken naar de Quantum computer brengen ons op termijn misschien nog een stap verder, voor we het weten dolen we zelf rond in de digitale wereld in plaats van ons virtuele karakter.

Sofie Schrauwen

gebaseerd op : http://news.bigdownload.com/2009/06/09/e3-2009-peregrine-pc-gaming-glove-controller-eyes-on-impression/

Twitteren aan de digitale kloof


Zal Twitter ook Afrika en Azië aan boord hijsen van onze global village?

De wereld, mijn dorp? Mind the gap! De internettechnologie mag zich dan wel razendsnel verspreiden en sociale netwerksites mogen dan wel boomen, we vergeten al te makkelijk dat niet iedereen toegang heeft tot het wereldwijde web.

De digitale kloof in onze contreien zal zich –met wat inspanningen van het onderwijs- allicht snel dichten. De verschillen tussen het facebook-gekke Noorden en het achterop hinkende Zuiden van deze wereld zijn moeilijker uit te vagen.

Volgens de cijfers van de VN-organisatie International Telecommunications Union (ITU) had in 2007 zo’n 43 procent van de Europeanen toegang tot het internet en 44 procent van de Amerikanen. Het contrast met Azië en Afrika is groot: daar is respectievelijk 14 en 5 procent online. Bloggen, chatten en digitaal netwerken blijft er voorbehouden voor de elite.

Gsm’s daarentegen zijn wél overal ter wereld verspreid. Volgens de cijfers van het ITU belt 38 procent van de Aziaten mobiel. Bij de Afrikanen is dat 28 procent. Daarmee zijn gsm’s ook in het Zuiden vrij mainstream anno 2009.

Maar wat is de link tussen een ‘klassieke’ gsm en cyberspace? Het antwoord van Biz Stone en Evan Williams: Twitter!

Het netwerk van de microblog, bij ons vaak vergeleken met ‘de statusbalk van Facebook’, wordt immers ook gratis per sms aangeboden, overal ter wereld. Twitter is eigenlijk bedoeld voor de gewone man met een eenvoudige mobiele telefoon, aldus Stone.

“Twitter is niet de triomf van technologie, maar van menselijkheid. Hopelijk doen mensen er uiteindelijk geweldige dingen mee en helpen ze elkaar." (Biz Stone in De Morgen, 24/04/’09).

Stone geeft zelf het voorbeeld van boeren in afgelegen dorpen, die via hun mobiele telefoon onderling een graanprijs kunnen afspreken.

Gsm’s en graanprijzen, het klinkt vergezocht. Dat kan het optimisme over Twitter echter niet temperen. Ook Soyapi Mumba, één van de ‘zeldzame’ Afrikaanse bloggers, gelooft in het potentieel van de microblog. Hij denkt dat het vooral leuk kan zijn voor de diaspora, die via Twitter beter op de hoogte kan blijven van de familie in het thuisland.

Dat de tweets uit de andere continenten ook voor de rest van de global village boeiend kunnen zijn, bewijst Breaking Tweets, een site die nieuws sprokkelt op Twitter. De makers hebben twee doelen:

1.mensen helpen hun wereldbeeld te verruimen,
2.de dialoog over internationaal nieuws bevorderen

Of Afrika en Azië echt massaal aan het Twitteren zullen slaan, valt af te wachten. Miljoenen Kenianen en Filipijnen bewijzen alvast met M-Banking dat ze het maximum willen halen uit hun mobieltje. Ze lossen de schaarste aan bankfilialen en de beperkte toegang tot het internet op door met hun gsm te bankieren (De Morgen, 04/03/’09).

(Leentje Eeckhout)

dinsdag 9 juni 2009

Een toekomst zonder knopjes of draden

Volgend jaar lanceert Microsoft een nieuwe voltreffer op de gaming-markt: Project Natal. Draden, knopjes en controllers worden compleet overbodig. Een 3D-camera met ingebouwde sensor zorgt ervoor dat je al vechtend, dansend of rijdend door de huiskamer gaat.

Project Natal, de nieuwe spelconsole compatibel met de Xbox 360 van Microsoft, belooft een waardige concurrent te worden voor de populaire Wii. Een ingebouwde camera registreert bewegingen door de precieze afstand tot elk punt te berekenen. De geavanceerde apparatuur herkent gezichten en stemmen. Je kan met je tegenstanders praten of met het hele gezin deelnemen aan een quizprogramma. Je eigen skatebord scannen en je bent vertrokken of verschillende jurkjes passen wanneer je niet kan kiezen. Het is slechts een handgebaar bij Project Natal, want ook voor de menubediening is geen controller nodig.

Revolutionaire doorbraak
Na het grote succes van de Wii kunnen we verwachten dat de nieuwe spelconsole van Microsoft een volgende revolutionaire doorbraak wordt. Ook al hebben enkele sceptici nog wel bedenkingen bij de nauwkeurigheid van de nieuwe technologie, het demofilmpje ziet er in ieder geval veelbelovend uit. Wanneer Project Natal zal worden gelanceerd is nog niet duidelijk. Microsoft maakte ook nog geen definitieve naam bekend.

Om ter eerst
Microsoft is niet het enige bedrijf dat volop met deze nieuwe apparatuur bezig is. Het Belgische bedrijfje Softkinetic werd op de beroemde technologiebeurs CES in Las Vegas bekroond voor ‘de ontwikkeling van een van de tien beste nieuwe technologieën’. Softkinetic is al langer bezig met de registratie van bewegingen door een 3D-camera. Zopas sloot het bedrijf een overeenkomst met Belgacom. Mogelijk zal de nieuwe apparatuur in de toekomst afstandsbediening overbodig maken. Helaas voor Softkinetic kocht Microsoft enkele maanden geleden een Israëlisch bedrijf dat dezelfde technologie ontwikkelde en op punt stelde.

De opmars van Microsoft
Na een uiterst kalme periode lijkt Microsoft aan een comeback te zijn begonnen. Vorige week lanceerde het bedrijf de nieuwe zoekmachine Bing, warm onthaald door internauten, maar niet spectaculair beter dan andere zoekmachines. Nog voor het einde van het jaar zou Windows 7 in de winkels liggen. Dat had wel wat sneller gemogen na de fel bekritiseerde Windows Vista. Met Project Natal ziet het ernaar uit dat Microsoft wel een schot in de roos zal lanceren. Het nieuwe systeem staat nog in de kinderschoenen, maar ongetwijfeld zal het in de toekomst niet enkel in spelconsoles worden toegepast. Het systeem werd aanvankelijk trouwens ontwikkeld voor militair gebruik. Met deze technologie doet de virtuele wereld voor eens en voor goed zijn intrede in de realiteit, of is het andersom?

(Veerle Huybrechts)

Gratis informatie op het internet is een illusie



Zowel de dollar als de euro zijn gevallen in Medialand: de gratis aangeboden informatie op het internet betaalt zich niet terug. Door de advertentiecrisis is het quasi onmogelijk gebleken voor een onlinenieuwssite om winst te maken. Bereid u voor om te betalen voor uw dagelijkse portie nieuws.

De afgelopen jaren zijn alle nieuwsmedia massaal op het internet gesprongen. Niet alleen kranten, maar ook tijdschriften en radio- en televisiezenders. Niemand wilde de boot missen. De boot van multimedia, interactiviteit en snelheid. Wat een service voor de lezers! En allemaal gratis! Want via advertenties worden alle kosten ruimschoots terugverdiend. En dus werden bij verschillende media hele kranten elke dag opnieuw online geplaatst. Maar nu blijkt dat de inkomsten uit de advertentiemarkt hoegenaamd niet genoeg zijn om een website winstgevend te maken, integendeel. Als de adverteerders niet betalen voor de journalistieke content die online geplaatst wordt, dan zullen het anderen moeten zijn: de lezers.

Je kan je afvragen hoe je mensen zover wil krijgen dat ze gaan betalen voor iets dat ze al jaren gewoon zijn om gratis te krijgen. Daarover breken ondertussen heel wat mediabonzen overal ter wereld en ook in Vlaanderen zich het hoofd over. In het verleden hebben mensen wel geleerd om bijvoorbeeld te betalen voor water in een fles of om naar het toilet te gaan of om bagage mee te nemen op het vliegtuig. Maar toch, mensen zijn het gewoon om gratis nieuws te consumeren. Niet alleen op het internet, maar ook via tv, via radio en via een heleboel gratis kranten. Een oplossing is er beter vandaag dan morgen.

Het beste voorbeeld daarvoor is de Scandinavische mediagroep Schibsted. Nog niet zolang geleden werd Schibsted als ‘het mirakel van Noorwegen’ beschouwd omdat het bedrijf erin slaagde winst te maken met gratis kranten en websites. De CEO Kjell Aamot speelde heel erg slim in op de komst van de nieuwe media. Hij kocht na het succes van gratis kranten als Metro zelf twee versies van de gratis krant 20 minuten op, één in Zwitserland en één in Keulen. Hij bood in de krant en op de website hapklaar nieuws aan en slaagde erin winst te maken door zogenaamde classified ads. Dat zijn job-, vastgoed-, en zoekertjes-advertenties. Aamots project viel de afgelopen maanden echter helemaal uiteen. De inkomsten uit advertenties bleken helemaal niet overeen te komen met wat voorzien was en het bedrijf moet nu zwaar besparen. Ook werd al duidelijk dat in het hoofdkantoor in Oslo minstens 25 jobs zouden sneuvelen. Ondertussen hebben verschillende studies al aangetoond hoe moeilijk het is om winst te maken met een website voor onlinenieuws. Per lezer die je hebt voor bijvoorbeeld je papieren krant, moet je 15 lezers naar je website lokken en dat is simpelweg onrealistisch.

Het is duidelijk dat de stroom aan gratis journalistieke content op het internet niet kan aanhouden en sommige hebben dan ook al een belangrijk initiatief genomen. Vooral financiële kranten hebben een betalingswijze ingevoerd voor hun websites, kijk maar naar de Financial Times of The Wall Street Journal. Die laatste, eigendom van mediamagnaat Rupert Murdoch, is zelfs één van de weinigen die een winstgevende website hebben. Op die site is maar een zeer kleine selectie aan artikels gratis te lezen. Wie ook andere stukken wil lezen, moet daarvoor 2 dollar per week betalen en op dit moment heeft de krant 900.000 betalende abonnees. Het lijkt erop dat Murdoch dit model in de toekomst ook gaat toepassen op zijn andere kranten, zoals bijvoorbeeld The Times en The Sun in Groot-Brittannië.

Interessant is een project in Frankrijk van Edwy Plenel, een ex-directeur van Le Monde. Hij startte ondertussen iets meer dan een jaar geleden met een apart project op het internet: Mediapart. Plenel was onlangs in De Morgen heel duidelijk als het gaat over de overvloed aan gratis journalistieke content op het internet: “Het overaanbod aan al die gratis informatie heeft ons vak gedevalueerd. Maar de zeepbel van de gratis media staat op ontploffen. Over twintig jaar zal men terugkijken en beseffen dat in de voorbije jaren een grote fout gemaakt werd.” En dus biedt Plenel op Mediapart journalistieke content aan tegen betaling. Klik hier voor een beargumenteerde uiteenzetting van Plenel over de meerwaarde van zijn webmagazine. Mediapart is een internetmagazine, het verschijnt dus niet op papier. Met Mediapart heeft Plenel zijn project helemaal weggehaald van de traditionele journalistieke waarden. Geen papier, geen distributie, geen vastgeroeste gewoontes en vorm en geen deadlines. Zijn redactie bestaat uit 25 journalisten die zich mogen bezighouden met eender welk onderwerp en op gelijk welke manier. De journalisten werken zonder deadline: je werkt aan een artikel en als het af is, zet je het online. Ze moeten ook in staat zijn om verschillende formats te hanteren. Leent een onderwerp of persoon zich beter om een visueel interview te doen, dan is het de bedoeling een camera mee te nemen en het gesprek op te nemen. Blijkt een onderwerp heel interssant, mag de journalist er gerust tien pagina’s aan wijden. Er zijn geen beperkingen. Alles is mogelijk. Enige voorwaarde is dat het verhaal verder gaat dan de traditionele media en dat het dus een meerwaarde is voor de lezer. Want die moet betalen, negen euro per maand voor een abonnement. Maar bovenop alle journalistieke content kan de abonnee dan ook beschikken over zijn eigen blog. Op die manier maken de abonnees mee het magazine tot wat het is. Bovendien dienen zich op die manier vaak nieuwe onderwerpen aan voor de redacteurs. De doelstelling was om na een jaar 20.000 abonnees te hebben, dat zijn er uiteindelijk 15.000 geworden, maar Mediapart haalt ook een deel van zijn inkomsten uit de verkoop van artikels aan andere websites en aan ministeries, bedrijven, bibliotheken en universiteiten. Plenel schat dat zijn webmagazine eind 2011 winstgevend zou moeten zijn.

In België is het voorlopig windstil over de journalistieke content op het internet. Maar achter de schermen is men er ook hier mee bezig. De eerste om de stap naar betalen voor informatie te zetten, is De Tijd en L’Echo. Vanaf september moet je daar betalen voor de juiste informatie over de evoluties op de nationale en internationale beurzen. Ook de andere kranten, van De Persgroep, Corelio, Concentra en Roularta, denken na over een verschuiving van wat gratis is online en wat niet. Daarbij wordt nagedacht over een abonneemodel zoals dat het geval is bij The Wall Street Journal of Mediapart ofwel over een systeem van micropayments waarbij de lezer zou betalen – een aantal eurocent – per artikel dat hij wil lezen. Vergelijkbaar met iTunes voor muziek. Voorlopig is het nog afwachten wat de Vlaamse media zullen ondernemen, ondertussen kan u nog even genieten van een gratis krant op de trein en de hele dag updates van het nieuws online.

Seppe Verbist